Altijd al eens willen welk type voeten u heeft? Lees dan snel verder. In dit artikel leggen we uit welke type voeten er zijn, en waar u ze aan kan herkennen.

Iedere voet is uniek en iedere voet heeft een iets andere stand. Maar globaal maken we onderscheid tussen drie verschillende voettypes: de holvoet (pes cavus), de normale voet (pes rectus) en de platvoet (pes planus). De stand van de voeten is meestal genetisch bepaald. Bij het ouder worden of bij bepaalde ziektebeelden kan de voetstand veranderen of versterken. Elke voettype heeft zijn eigen kenmerken:

De holvoet (pes cavus)
Een holvoet kenmerkt zich door een hoge wreef en hoge voetboog. Wanneer de voet op de grond staat, is er een duidelijke holte onder de voet zichtbaar. Aan deze holte dankt de holvoet ook zijn naam. Bij een holvoet is er vaak sprake van een verhoogde spierspanning in de voet. Door die verhoogde spierspanning zien we vaak ook klauw- en hamertenen ontstaan bij dit voettype. Mensen met een holvoet ervaren vaak klachten van verhoogde druk onder de voorvoet of de hiel, omdat hier het meeste druk op ontstaat. Ook overbelasting van de achillespees en peesplaat onder de voet komt veel bij dit type voet. Daarnaast hebben veel mensen met een holvoet moeite om schoenen te kopen in verband met de hoge wreef, waarbij de sluiting van de schoen snel knelling geeft.

De neutrale voet (pes rectus)
Bij een neutraal voettype is er een lichte holling in de voet aanwezig, maar steunt de voet ook op de buitenzijde. Hierdoor ontstaat er een mooie druk verdeling onder de voet. Meestal geeft een neutrale voet de minste klachten. Wel kan een neutrale voet een afwijkende stand aannemen zoals het teveel naar binnen kantelen (valgus voettype) of het teveel naar buiten kantelen (varus voettype)

Platvoet (pes planus)
Een plavoet kenmerkt zich doordat er helemaal geen voetboog aanwezig is. De voet staat als het ware volledig plat op de grond. Bij de geboorte hebben kinderen altijd een platvoet. Dit is normaal en ontwikkelt zich in de meeste gevallen op latere leeftijd tot een normale voetboog. Rond het zesde levensjaar begint de voetboog zich ongeveer te ontwikkelen. Dit proces duurt ongeveer tot aan het 12de levensjaar. In sommige gevallen veranderd de voetstand niet en is de platvoet dus blijvend.
We kennen twee type platvoeten, de soepele platvoet waarbij er sprake is van te soepele banden, spieren en pezen die de voetboog niet in stand kunnen houden. En de stijve platvoet welke meestal het gevolg is van een aangeboren afwijking. Bij de stijve platvoet is er vaak sprake van een afwijkende stand van de gewrichten, waardoor de voet een platte stand aannemen. Een platvoet kan pijnklachten en vermoeidheidsklachten van de voeten geven.

In welke voet herkent u zich?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *